In de twaalfde eeuw wordt Scheveningen voor het eerst in een officieel stuk genoemd.  Het is nooit een zelfstandig dorp geweest.
Er had vanaf het begin van de dertiende eeuw een schepen (een soort wethouder) van Scheveningen zitting in de Haagse Raad.   

Lange tijd was het een klein dorp dat volledig afhankelijk was van de visserij.
In de zestiende eeuw was er Adriaen Coenen die enige bekendheid verwierf door zijn ‘Visboecken’, waarin hij voor zijn tijd belangrijke natuurwetenschappelijke informatie verzamelde. 

Het was geen groot dorp. In 1543 stonden er 250 huizen.
Een aantal dat in 1562 was aangegroeid tot 344. De stormramp van 1570, ‘Allerheiligenvloed’ genoemd, vernietigde honderd van die huizen.
Over het aantal mensen dat er woonde weten we pas wat in 1680.
Dan worden er ongeveer 1000 geteld. 

Scheveningen behoorde, net als Katwijk, Noordwijk, Zandvoort en Egmond, tot ‘de dorpen van de Zijde’.
Hier mocht de gevangen haring niet gekaakt (ingewanden uit de vis halen) worden. Dat kaken was voorbehouden aan de steden aan de Maas.  

De gevangen vis werd door Scheveningse vrouwen met de manden vis op het hoofd door de duinen over het ‘Westerpad’ naar Den Haag gebracht.
Ook visverkopers die met karren en paarden kwamen moeten die weg hebben gevolgd.
In Den Haag werd de vis op straat verhandeld. In 1665 kwam er een nieuwe belangrijke verbindingsweg tussen Den Haag en Scheveningen, de Zeestraet (nu de Scheveningse Weg). 

Er gebeurt weinig schokkends in het dorp. Of het moest de Spaanse bezetting zijn in de periode dat Leiden belegerd wordt in 1573.
In 1576 is er sprake van een kleine aardbeving. Het dagelijks leven wordt beheerst door de visserij. 

In 1795 vlucht stadhouder Willem V vanaf het strand naar Engeland. Franse soldaten worden er gelegerd.
Er komt een seinpost ten behoeve van de kustverdediging. De plaats waar deze post stond heet nu nog Seinpostduin.
Op 24 oktober 1811 komt Napoleon zelf een kijkje nemen op het strand. De belangrijkste straat van Scheveningen heet dan al Keizerstraat.
Hij is waarschijnlijk ‘vernoemd’ naar Karel V, die in de zestiende eeuw keizer van het Duitse Rijk was.
Nederland hoorde toen bij dat Duitse Rijk. 

Op 30 november 1813 komt de zoon van Willem V, de latere koning Willem I, in Scheveningen aan.
Eén van de mannen die hem van harte verwelkomt is Jacob Pronk. Deze Jacob Pronk krijgt in 1818 toestemming om een badhuis te bouwen.
Baden in zee wordt een gezondheidsrage. Het baden in zee wordt voor de genezing van allerlei kwalen aangeraden.
Zelfs het drinken ervan wordt aanbevolen.
Om de buitenlandse bezoekers niet af te schrikken wordt prompt het jaar erna een maatregel van kracht die het de Scheveningse jeugd verbiedt naakt te zwemmen.  

Langzaam maar zeker begint het dorp te groeien. In 1815 telt het 2000 inwoners, tien jaar daarna is dat aantal verdubbeld. Het gaat zo goed met het badhuis dat de gemeente het in 1824 van Jacob Pronk overneemt. 

 In datzelfde jaar begint het getouwtrek om een haven.
De Scheveningse vissersschepen, platbodemschuiten die ‘bommen’ worden genoemd, worden na de reis op het strand getrokken, ter hoogte van de Keizerstraat. Bij elke storm is er schade aan de vloot. 

Er is de gemeente veel aan gelegen om de route naar de badplaats te verbeteren.
De Scheveningseweg krijgt een aparte verbinding met de badplaats, de Nieuwe Straatweg (nu Badhuisstraat geheten). Daarna komt er een nieuwe aparte rechtstreekse verbinding van Den Haag naar het badhuis, de Badhuisweg.
Scheveningen krijgt een eigen renbaan. In 1846 wordt er de eerste wedstrijd gereden.
Deze renbaan wordt overigens al in 1854 weer afgebroken. Later worden hier de huizen van het ‘Renbaankwartier’ gebouwd. 

Ondertussen gaat het steeds beter met de visserij. In 1857 wordt het verbod op het ‘kaken’ opgeheven.
Andere vernieuwingen en betere schepen doen de roep om een haven weer toenemen. De gemeente Den Haag houdt dat nog echter altijd tegen. 

Scheveningen bestond aan het eind van de negentiende eeuw uit de Keizerstraat, met ten zuiden daarvan de Weststraat en Torenstraat (later Pronkstraat, nog later Jacob Pronkstraat genoemd).
Aan de noordkant was er het Weigat (later Waaigat, aan de Werfstraat), Kerkstraat en Korendijk. Daar tussen liepen het Molenaarsslop, Smidslop, Nieuwe Laantjes, het Slop van Marcelis en het Molenslop.  

Het belangrijkste middel van bestaan was nog steeds de visserij. Naast het werk op de vissersschepen zelf, werkte men op de visafslag, in de visverwerking en in de vishandel. Daarnaast werden er manden, netten, zeilen en tonnen gemaakt.
Niet alleen de mannen werkten, ook vrouwen en kinderen werden ingeschakeld.
Eén van de problemen was dat men de jeugd niet naar school toe kreeg, omdat ze van jongs af aan, aan het werk moesten. 

Vissersschepen werden ‘pinken’ en ‘bommen’ genoemd. Ze werden meestal vlakbij het strand gebouwd.
Dat maakte het makkelijker om ze in zee te krijgen. De schepen moesten door mensen- of paardenkracht in en uit het water getrokken worden. 

In 1894 is er een verschrikkelijke storm die een groot deel van de op het strand liggende vissersvloot vernielt.
De roep om een haven wordt sterker. Toch duurt het getouwtrek nog tien jaar voordat er eindelijk een haven komt.  

In het dorp was er een duidelijke sociaal verschil tussen de reders (de eigenaars van de schepen) en de vissers. De vissers (kapiteins, stuurlieden en matrozen) woonden in het oude dorp, ten noorden of ten zuiden van de Keizerstraat of in de later gebouwde huizen in het Renbaankwartier.
De reders, vishandelaren en andere ondernemers woonden in herenhuizen, bijvoorbeeld aan de Stevinstraat, waar in 1892 de eerste huizen werden gebouwd. 

Een onderzoek naar de woonomstandigheden in het oude dorp maakte duidelijk dat van de ruim 3000 onderzochte huisjes, de meeste ondeugdelijk waren. 1727 huisjes hadden slechts één vertrek. De overige hadden er twee, hooguit drie.
Er waren kamertjes bij van nog geen zes vierkante meter. Veel huizen waren lager dan tweeënhalve meter.
Ruim één derde had een eigen wc, maar één wc voor zeven huizen (of ongeveer 40 personen) was geen uitzondering.
In 1866 was er een zware cholera-epidemie. Vier procent van de Scheveningse bevolking sterft. 

Pas in 1917 wordt er actie ondernomen. Het grootste deel van het oude dorp gaat tegen de vlakte en er komt nieuwbouw voor in de plaats. Scheveningen verandert totaal van aangezicht.
Voor de aanleg van de Jurriaan Kokstraat bijvoorbeeld worden 184 woningen, 26 bedrijven en een school afgebroken. Het dorp heeft dan al meer dan 44.000 inwoners. 

Scheveningen is dan al verder veranderd door de uitbreiding van de badplaats, de bouw van een nieuwe wijk, het Van Stolkpark, de komst de stoomtrams, de bouw van het Kurhaus en de nieuwe wandelpier.
Ook als reactie op de storm van 1894 wordt in 1902 begonnen met de aanleg van een boulevard.  

Voor iemand die rond 1935 naar Scheveningen toe kwam, was er nog een duidelijke scheiding tussen de badplaats en de vissersplaats.
Het gedeelte rond het Kurhaus was bedoeld voor de rijkere badgasten, mensen die het zich konden veroorloven om op vakantie te gaan.
Zij gingen alleen naar het vissersdorp om te kijken naar de mensen die, nog in klederdracht gaand, bezig waren om hun brood te verdienen. 

Er is in de Tweede Wereldoorlog veel kapot gemaakt in zowel Den Haag als Scheveningen.
In mei 1941 wordt het de joden verboden om op het strand te komen. Een jaar later mag er niemand meer op het strand komen.
Alleen vissers krijgen een ontheffing.
Een deel van het dorp wordt ontruimd ten behoeve van de kustverdediging. In totaal worden er uit Scheveningen en Den Haag 100.000 mensen geëvacueerd.
Veel Scheveningers komen in Oost-Nederland terecht. In maart 1943 brandt de wandelpier af. 

 

Interessante links en bronnen:

 – www.facebook.nl/uwwinkeltje  hier vind u mooie foto’s van oud scheveningen

 – www.htmfoto.net/Kevin/ScheveningenInDeTweedeWereldoorlog.php

 – www.haagsebunkerploeg.nl

 – www.tweedewereldoorlog-nederland.startpagina.nl

 – www.hitlersatlantikwall.nl

 – www.vliegveld-ockenburg.net

 – www.isgeschiedenis.nl/?s=scheveningen

 – www.serc.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *